‘Medved,’ grijnsde de man. ‘Bear country.’
Hij wees naar het naaldwoud achter het houten huisje en trok betekenisvol zijn Ruud-Lubberswenkbrauwen op.
‘Videli vi medved?’ vroeg ik in behoorlijk slecht Servisch. ‘Have you ever seen a bear?’
‘Puno puno, many.’
Een kinderlijke mengeling van angst en opwinding welde in me op.
‘Dangerous?’
‘Ma ne.’
‘Sigurno?’ Ik probeerde zijn donkerbruine ogen binnen te dringen.
‘No dangerous.’
Hij zoog kalm aan zijn sigaret, maar staarde tegelijk naar de grond. Alsof hij zich iets herinnerde.

De volgende dag was het zo ver. Daar ging ik, mijn shirtje en schoentjes zo blauw als de hemel. De man keek me zwijgend na, leunend tegen een fragiel pruimenboompje. Het pad klom steil omhoog; single track, zoals dat tegenwoordig heet. Zo ver ik keek strekte een ruig naaldwoud zich voor me uit, over de duizelingwekkend diepe ravijn van de Sklopovi, ver over de bergen, tot achter de grens met Bosnië.

Welkom in de wildernis. De geur van hars, het gegons van insekten, het gebonk in mijn hoofd. Note to self: minder šljivovica drinken. Het schrijven van een roman in Servië vereiste tot dusver vooral een sterke lever. Zwoegend klom ik verder, dieper het woud in.

Een geluid. Of beeldde ik me dat in? Ik stond stil, mijn hart klom door. Daar, vlak naast het pad. Geritsel, een afknappende tak, laag gesnuif. Oké, blijf staan, maak kalme geluiden, klim desnoods in een boom. Wat je ook doet, niet wegrennen. Dit is wat ik weet over het omgaan met beren, dankzij Discovery Channel.

Ik rende weg. Natuurlijk rende ik weg. Dat is het enige wat ik kan. Harder dan hard. Een afdaling uit duizenden. Kilian Jornet, eet je schoenen maar op, vriend. Na een kwartier was ik terug. Glanzend van het zweet en met ogen zo groot als schoteltjes.

‘Šta se desilo? What happened?’ vroeg de man verbaasd.
Met handen en voeten legde ik uit wat me was overkomen. De man lachte.
‘Medved?’ polste ik voorzichtig.
De man lachte nog harder. De borstels van Ruud Lubbers dansten vrolijk mee boven zijn ogen. Die gekke, dunne hardloper uit Holland. Zo’n goeie hadden we nog niet gehad.
‘Nema medved. No bear.’

Beschaamd voor mijn stadse onnozelheid droop ik af. Toen hield de man me tegen.
‘Nema medved. Vuk, vuk. Wolf.

 

Column voor Runner’s World – augustus 2013