Ik las het boek Naar het noorden van ultraloper Scott Jurek. Op Jurek’s naam staan vele, grote, schier onmenselijke prestaties en overwinningen. Hardrock Hundred, Spartathlon, Western States, Badwater. Voor wie nog nooit van deze wedstrijden heeft gehoord, laat ik het erop houden dat het hier gaat om afstanden waarbij een gemiddeld mens al begint te zuchten als ze met de auto moeten worden afgelegd.
Scott Jurek is een legendarische ultraloper, las ik op de binnenflap. Legendarisch duidt erop dat iets ten einde loopt. De pijn van de verdwenen tijd is voelbaar. Dat bleek te kloppen. Naar het noorden is een verslag van Jurek’s poging om het record te breken op de 3500 kilometerlange Appalachian Trail. Ik las een verhaal over een man die zich verzet en tegelijk berusting zoekt in het onherroepelijke: de menselijke teloorgang.
Scott Jurek is geen groot schrijver, wel een eerlijke. Mijn tenen kromden zich bij de vele Amerikaanse clichés, maar ik leefde mee met zijn worstelingen. Ik herkende hoe zijn recordpoging ontstond uit een ruzie met zijn vrouw over zijn eindeloze geëmmer, getwijfel en halfslachtigheid. Mijn hart brak toen hij tot de ontdekking kwam hoe al zijn geloop onverbiddelijk bleek samen te hangen met diepgenestelde schuldgevoelens voor de ziekte, invaliditeit en uiteindelijke dood van zijn moeder.
Zwaarmoedig? Geenszins. Goede hardloopverhalen gaan net als het lopen zelf over strijd. Strijd die wellicht voor het kleinste deel plaatsvindt op het terrein tussen start en finish. Bovendien leerde ik het vermakelijke feit dat de legendarische ultraloper Scott Jurek banger is voor teken dan voor beren.

PS: gisteren verbrak de Belgische Karel Sabbe het record op de Appalachian Trail. Hij liep de afstand in 41 dagen en 9 uur, een verbetering van 4 dagen.